Foto: Casper van Aggelen

Column Andy Marcelissen: EGOÏSTEN

Een feestje waar ik niet fatsoenlijk met mijn buurman of buurvrouw een babbeltje kan maken zonder extreem hard te moeten schreeuwen; ik ben er helemaal klaar mee.

De zelfzuchtige plaatjesdraaiers van tegenwoordig vinden het kennelijk nodig om hun muziekwaar zo buitensporig hard ten gehore te brengen dat de aandacht van de luisteraars alleen nog maar gericht is op de persoon achter de knoppen.

Ik geef dan al snel de moed op. Het is zo ontzettend vermoeiend om me telkens in drie fases verstaanbaar te maken.

Dat gaat ongeveer zo. De eerste fase is eigenlijk het vragen van aandacht van je gesprekspartner.

Het maakt dan nog niet uit wat je precies zegt. Het hoeft nog niet per se volledig te zijn.

Iets als 'dinges… hoe heet ie ook al weer?...' is dan al voldoende.

Het luisterende oor heeft dit toch niet gehoord, maar is nu oplettend.

Daarna komt het moment dat je de boodschap voor het eerst in z'n geheel gaat schreeuwen. Het komt daarbij heel nauw om het beknopt te houden.

Je moet het in een adem uit kunnen krijsen. De waarnemer ving de volgende woorden op: John, regen en nek.

Nu komt het er van op aan. Je wilt het ritme van drie pogingen aan blijven houden.

Het lijkt eigenlijk een beetje op darten. De toehoorder tast ondertussen af op welke afstand hij zijn best werkende oor houdt ten opzichte van de schreeuwer. Daarbij rekeninghoudend met de stand van de geluidsboxen.

Tenslotte brul je nog één keer en geeft echt alles. Je gaat daarbij zelfs op je tenen staan en houdt de waarnemer stevig vast bij de schouders: '

Die John heeft ook alleen maar een hoofd omdat het anders binnenregent bij zijn nek!'

De boodschap is binnengekomen en het is dan zaak van de gesprekspartner om in drie fases daar op te reageren.

Vele feestgangers en uitgaanders gaan naar huis met een piep (of krekel) in hun oren of een plotselinge gevoeligheid voor bepaalde geluiden.

Veel van deze bezoekers zullen de volgende morgen wakker worden en hopelijk opgelucht constateren dat de piep verdwenen is.

Om zich vervolgens weer, al dan niet met een gehoorbeschadiging, in het feestgedruis te storten.

www.andymarcelissen.nl

Meer berichten